menu




De Nederlandse Muntwetgeving 1813-2002



TOELICHTING


SNELNAVIGATIE:
1813-1820 1821-1830 1831-1840 1841-1850 1851-1860
1861-1870 1871-1880 1881-1890 1891-1900 1901-1910
1911-1920 1921-1930 1931-1940 1941-1950 1951-1960
1961-1970 1971-1980 1981-1990 1991-2002


OVERZICHT VAN DE WETTEN EN BESLUITEN:

Souverein besluit van 22 december 1813 N 9
Koers van de dollar

Souverein besluit van 26 december 1813 N 4
Koers van het Brunswijkse 5-talerstuk

Souverein besluit van 2 januari 1814 N 4 Stbl N 2
Koers van de dollar en het Brunswijkse 5-talerstuk

Souverein besluit van 19 januari 1814 N 59 Stbl N 16
Voorschriften voor de muntslag van negotiepenningen

Souverein besluit van 2 februari 1814 No. 80 Stbl N 23
Koers van de gulden in de zuidelijke gebiedsdelen

Wet van 28 september 1816 Stbl N 50
"Muntwet 1816"

Koninklijk besluit van 26 november 1816 N 8
Vaststelling van het muntteken van 's Rijks Munt te Utrecht en het muntmeesterteken borstbeeld

Koninklijk besluit van 25 december 1818 LaD
Vaststelling van de diameters van de munten uit de Muntwet 1816

Koninklijk besluit van 22 november 1823 Stbl N 47
Reductie van de schellingen en zesthalven

Koninklijk besluit van 8 december 1824 Stbl N 63
Koers van het oude muntgeld in de zuidelijke provincin

Wet van 25 februari 1825 Stbl N 8
Buitenkoersstelling van de Franse munten in de zuidelijke provincin

Wet van 22 december 1825 Stbl N 80
Invoering van een 5-guldenstuk

Koninklijk besluit van 13 juni 1827 Stbl N 30
Buitenomloopstelling van het oude kopergeld

Koninklijk besluit van 27 november 1827 Stbl N 55
Laatste inwisseling van het oude kopergeld

Koninklijk besluit van 13 oktober 1830 N 77
Algemene vrije goudaanmunting

Wet van 22 maart 1839 Stbl N 6
"Muntwet (muntwetswijziging) 1839"

Koninklijk besluit van 30 december 1840 N 61
Voortzetting van de muntslag met het jaartal 1840

Koninklijk besluit van 22 augustus 1842 N 52
Vaststelling van de diameters en het uiterlijk van het zilveren kleingeld van de Muntwet 1839

Wet van 18 december 1845 Stbl N 90
Machtiging tot het buitenomloopstellen van de oude zilveren munten

Koninklijk besluit van 2 februari 1846 Stbl N 5
Buitenomloopstelling van de oude 8-, 2- en 1-stuiverstukken

Koninklijk besluit van 14 februari 1846 Stbl N 7
Buitenomloopstelling van de provinciale ducatons en rijksdaalders

Koninklijk besluit van 2 maart 1846 Stbl N 10
Buitenomloopstelling van de florijnen

Koninklijk besluit van 24 maart 1846 Stbl N 12
Buitenomloopstelling van de provinciale 3- en 2-guldenstukken en 10-schellingstukken

Koninklijk besluit van 25 april 1846 Stbl N 22
Buitenomloopstelling van de geschonden en ongerande zeeuwse rijksdaalders

Koninklijk besluit van 15 augustus 1846 Stbl N 49
Buitenomloopstelling van de daalders en 10-schellingstukken

Koninklijk besluit van 10 december 1846 Stbl N 64
Buitenomloopstelling van de provinciale guldens en halve guldens

Koninklijk besluit van 2 oktober 1847 Stbl N 60
Buitenomloopstelling van alle zeeuwse rijksdaalders

Wet van 26 november 1847 Stbl N 69
"Muntwet 1847"

Koninklijk besluit van 11 februari 1848 Stbl N 4
Buitenomloopstelling van de deelstukken van zeeuwse rijksdaalders

Koninklijk besluit van 3 oktober 1848 Stbl N 58
Buitenomloopstelling van de schellingen en zesthalven

Koninklijk besluit van 28 maart 1849 N 6
Voortzetting van de muntslag op naam van Koning Willem II

Koninklijk besluit van 29 juni 1848 Stbl N 27
Diameters van de munten uit de Muntwet 1847

Wet van 17 september 1849 Stbl N 45
Machtiging tot buitenomloopstelling van de zilveren munten volgens de Muntwet 1816

Wet van 17 september 1849 Stbl N 46
Machtiging tot buitenkoerststelling van de gouden 10- en 5-guldenstukken

Koninklijk besluit van 5 oktober 1849 Stbl N 51
Buitenomloopstelling van de 3-, 1- en -guldenstukken volgens de Muntwet 1816

Koninklijk besluit van 12 november 1849 Stbl N 57
Buitenomloopstelling van de 25-centstukken volgens de Muntwet 1816

Koninklijk besluit van 9 juni 1850 Stbl N 30
Buitenkoersstelling van de gouden 10- en 5-guldenstukken

Koninklijk besluit van 13 september 1850 Stbl N 60
Buitenomloopstelling van de 10- en 5-centstukken volgens de Muntwet 1816

Wet van 21 mei 1873 Stbl N 61
Machtiging tot schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 27 mei 1873 Stbl N 77
Schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 19 juli 1873 Stbl N 110
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Wet van 26 oktober 1873 Stbl N 148
Hernieuwde machtiging tot schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 26 oktober 1873 Stbl N 151
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 15 januari 1874 Stbl N 5
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Resolutie Minister van Financin van 9 juli 1874 GS N 38
Het onderscheidingsteken van waarnemend muntmeester Taddel

Wet van 3 december 1874 Stbl N 191
Hernieuwde machtiging tot schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 11 december 1874 Stbl N 208
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 16 maart 1875 Stbl N 28
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Wet van 6 juni 1875 Stbl N 117
Invoering van een gouden 10-guldenstuk en verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Koninklijk besluit van 26 juni 1875 Stbl N 124
De diameter van het 10-guldenstuk

Wet van 30 december 1876 Stbl N 272
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen

Wet van 28 maart 1877 Stbl N 43
Invoering van drie bronzen munten

Koninklijk besluit van 18 april 1877 Stbl N 85
De diameters van de bronzen munten

Koninklijk besluit van 5 mei 1877 Stbl N 97
Metaalsamenstelling van de bronzen munten

Koninklijk besluit van 17 juni 1877 Stbl N 149
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Wet van 9 december 1877 Stbl N 215
Verlenging van de schorsing van de vrije aanmunting van zilveren standpenningen voor onbepaalde tijd

Koninklijk besluit van 15 oktober 1883 Stbl N 143
Buitenomloopstelling van de koperen munten

Koninklijk besluit van 30 januari 1884 Stbl N 24
Hervatting van de inwisseling van de koperen munten

Wet van 28 mei 1901 Stbl N 132
"Muntwet 1901"

Koninklijk besluit van 6 december 1901 Stbl N 238
Tijdstip van inwerkingtreding van de Muntwet 1901

Koninklijk besluit van 24 december 1901 Stbl N 274
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Wet van 31 december 1906 Stbl N 376
Invoering van een rond "nikkelen" 5-centstuk

Koninklijk besluit van 15 februari 1907 Stbl N 51
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 30 augustus 1907 Stbl N 245
Buitenomloopstelling van de zilveren 5-centstukken

Koninklijk besluit van 1 februari 1908 Stbl N 65
Hervatting van de inwisseling van de zilveren 5-centstukken

Koninklijk besluit van 2 juni 1908 Stbl N 193
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 16 december 1908 Stbl N 412
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 13 mei 1910 Stbl N 134
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 8 augustus 1910 Stbl N 251
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 29 juni 1911 Stbl N 198
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Wet van 31 oktober 1912 Stbl N 324
Invoering van een 5-guldenstuk en een vierkant nikkelen 5-centstuk, en andere bepalingen

Koninklijk besluit van 26 november 1912 Stbl N 354
Publicatie van de tekst van de Muntwet 1901 met de inmiddels aangebrachte wijzigingen

Koninklijk besluit van 14 december 1912 Stbl N 433
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 5 augustus 1913 Stbl N 344
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 21 januari 1914 Stbl N 23
Buitenomloopstelling van de ronde nikkelen 5-centstukken

Koninklijk besluit van 25 juni 1914 Stbl N 292
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 10 december 1914 Stbl N 556
Hervatting van de inwisseling van de ronde nikkelen 5-centstukken

Koninklijk besluit van 19 december 1914 Stbl N 565
Aanwijzing van de grensgemeenten waar buitenlandse munten mogen omlopen

Koninklijk besluit van 9 september 1915 Stbl N 389
Hervatting van de inwisseling van de ronde nikkelen 5-centstukken

Wet van 27 november 1919 Stbl N 786
Wijziging van de specificaties van de zilveren munten

Koninklijk besluit van 15 april 1920 Stbl N 184
Voorschriften bij de inwisseling van de oude 2-, 1- en -guldenstukken

Koninklijk besluit van 4 januari 1931 Stbl N 145
Voorschriften bij de inwisseling van de oude 2-, 1- en -guldenstukken

Koninklijk besluit van 10 oktober 1931 Stbl N 417
Voorschriften bij de inwisseling van de oude 2-, 1- en -guldenstukken

Koninklijk besluit van 18 november 1933 Stbl N 617
Voorschriften bij de inwisseling van de oude 2-, 1- en -guldenstukken

Besluit van de Secretaris-Generaal van Financin van 18 december 1941 StC N 248
Invoering van een zinken 5-centstuk

Besluit van de Secretaris-Generaal van Financin van 10 januari 1942 StC N 10
Invoering van een zinken muntreeks

Besluit van de Secretaris-Generaal van Financin van 5 maart 1942 StC N 46
Buitenomloopstelling van het nikkelen 5-centstuk

Besluit van de Secretaris-Generaal van Financin van 13 maart 1942 StC N 15
Buitenomloopstelling van de bronzen 1-centstukken

Besluit van de Secretaris-Generaal van Financin van 27 augustus 1942 StC N 172
Buitenomloopstelling van alle zilveren munten en de bronzen 2-centstukken

Besluit van de Secretarissen-Generaal van Financin en Justitie van 21 september 1942 StC N 183
Inleveringsplicht van de buiten omloop gestelde munten

Koninklijk besluit van 20 juli 1944 Stbl NE 54
Machtiging tot muntslag buiten 's Rijks Munt

Koninklijk besluit van 20 juli 1944 Stbl NE 55
Regelingen voor de muntslag buiten 's Rijks Munt

Koninklijk besluit van 9 september 1944 Stbl NE 76
Bekendmaking van de monetaire overeenkomst tussen Nederland, Belgi en Luxemburg gesloten op 21 oktober 1943

Koninklijk besluit van 14 september 1944 Stbl NE 87
Tijdelijk voortduren van de omloop van zinken munten

Koninklijk besluit van 16 juni 1945 Stbl N F 108
Wijziging van de hoeveelheid in omloop zijnde zinken pasmunt

Beschikking van de Minister van Financin van 20 september 1945 Stbl N F 178
Verbod op het oppotten van zinken pasmunt

Wet van 15 april 1948 Stbl N I 156
"Muntwet 1948"

Koninklijk besluit van 13 juli 1948 Stbl N I 292
Tijdstip van inwerkingtreding van de Muntwet 1948

Koninklijk besluit van 13 juli 1948 Stbl N I 293
Vaststelling van het uiterlijk van het 25-, 10-, 5- en 1-centstuk uit de Muntwet 1948

Koninklijk besluit van 15 september 1948 Stbl N I 416
Buitenomloopstelling van de -guldenstukken, bronzen 2- en -centstukken en zinken 25- en 5-centstukken

Koninklijk besluit van 18 juli 1950 Stbl N 296
Buitenomloopstelling van de zilveren 25-centstukken, de nikkelen 5-centstukken en de zinken 25- en 5-centstukken

Koninklijk besluit van 12 september 1952 Stbl N 467
Buitenomloopstelling van de zinken 1-centstukken

Koninklijk besluit van 11 september 1953 Stbl N 450
Buitenomloopstelling van de oude bronzen 1-centstukken en de zinken 10-centstukken

Resolutie van de Minister van Financin van 12 februari 1954 N 224
Hervatting van de inwisseling van buiten omloop gestelde munten

Wet van 13 mei 1954 Stbl N 220
Invoering van een nieuwe rijksdaalder en gulden

Wet van 28 juli 1954 Stbl N 361
Vaststelling van het uiterlijk van de rijksdaalder en gulden

Koninklijk besluit van 16 februari 1955 Stbl N 53
Buitenomloopstelling van de oude 1-guldenstukken

Resolutie van de Minister van Financin van 5 maart 1956 N B6/ 2438
Hervatting van de inwisseling van 1-guldenstukken

Koninklijk besluit van 3 oktober 1958 Stbl N 463
Buitenomloopstelling van de oude 2-guldenstukken

Resolutie van de Minister van Financin van 2 maart 1959 N A9/ 3854
Hervatting van de inwisseling van 2-guldenstukken

Koninklijk besluit van 11 januari 1960 Stbl N 3
Buitenomloopstelling van de zilveren 10-centstukken

Resolutie van de Minister van Financin van 23 augustus 1960 N A O/ 11971
Laatste hervatting van de inwisseling van de buiten omloop gestelde munten

Wet van 13 juli 1967 Stbl N 402
Invoering van een nikkelen rijksdaalder en gulden

Koninklijk besluit van 14 november 1967 Stbl N 569
Vaststelling van het uiterlijk van de rijksdaalder en gulden

Wet van 18 december 1969 Stbl N 592
Het 10-guldenstuk 1970

Wet van 29 juni 1972 Stbl N 347
Buitenomloopstelling van de zilveren rijksdaalders en guldens

Wet van 29 november 1972 Stbl N 677
Het 10-guldenstuk 1973

Koninklijk besluit van 7 mei 1973 Stbl N 254
Uiterlijk van het 10-guldenstuk 1973

Koninklijk besluit van 2 september 1978 Stbl N 470
De rijksdaalder 1979 Unie van Utrecht

Koninklijk besluit van 12 juli 1980 Stbl N 406
De rijksdaalder en gulden 1980 met dubbelportret

Koninklijk besluit van 18 januari 1982 Stbl N 23
Wijziging van het uiterlijk van de munten

Wet van 10 maart 1982 Stbl N 105
Invoering van een 50-guldenstuk

Koninklijk besluit van 29 mei 1982 Stbl N 331
Het 50-guldenstuk 1982 Diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten

Wet van 14 oktober 1982 Stbl N 593
Buitenomloopstelling van de cent en staken van de vrije aanmunting van de gouden dukaat

Koninklijk besluit van 7 februari 1983 Stbl N 75
Tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 14 oktober 1982

Koninklijk besluit van 7 februari 1983 Stbl N 78
Intrekking van de voorschriften voor het uiterlijk van de cent

Koninklijk besluit van 11 april 1984 Stbl N 259
Het 50-guldenstuk 1984 Willem van Oranje

Wet van 5 juni 1984 Stbl N 260
Wijziging van de specificaties van het 50-guldenstuk en de gouden dukaat

Koninklijk besluit van 7 januari 1987 Stbl N 4
Het 50-guldenstuk 1987 Huwelijksjubileum Juliana & Bernhard

Wet van 30 september 1987 Stbl N 451
"Muntwet 1987"

Koninklijk besluit van 3 november 1987 Stbl N 507
Voorschriften voor de munten uit de Muntwet 1987

Koninklijk besluit van 3 november 1987 Stbl N 510
Tijdstip van inwerkingtreding van de Muntwet 1987

Koninklijk besluit van 21 juni 1988 Stbl N 317
Het 50-guldenstuk 1988 William & Mary

Koninklijk besluit van 2 november 1989 Stbl N 512
Het 50-guldenstuk 1990 Honderd jaar Vorstinnen

Koninklijk besluit van 15 maart 1990 Stbl N 156
Wijziging van specificaties en voorschriften van de muntstukken

Koninklijk besluit van 30 november 1990 Stbl N 590
Het 50-guldenstuk 1991 Huwelijksjubileum Beatrix en Claus

Koninklijk besluit van 25 januari 1994 Stbl N 65
Het 50-guldenstuk 1994 Verdrag van Maastricht

Wet van 27 april 1994 Stbl N 336
De oprichting van De Nederlandse Munt N.V. en de invoering van een provinciaal type zilveren dukaat

Koninklijk besluit van 15 juni 1994 Stbl N 460
Tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 27 april 1994

Koninklijk besluit van 8 augustus 1994 Stbl N 638
Invoering van een licht 10-guldenstuk

Koninklijk besluit van 18 augustus 1994 Stbl N 655
Het 10-guldenstuk 1994 Douaneovereenkomst 1944

Koninklijk besluit van 21 december 1994 Stbl N 6
Het 50-guldenstuk 1995 Herdenking 50 jaar bevrijding

Koninklijk besluit van 11 september 1995 Stbl N 443
Wijziging van de voorschriften van de munten uit de Muntwet 1987

Koninklijk besluit van 12 oktober 1995 Stbl N 505
Het 10-guldenstuk 1995 Hugo de Groot

Koninklijk besluit van 23 juli 1996 Stbl N 432
Het 10-guldenstuk 1996 Jan Steen

Koninklijk besluit van 22 december 1997 Stbl N 17
Het 50-guldenstuk 1998 Vrede van Munster 1648

Koninklijk besluit van 3 november 1999 Stbl N 472
Het 10-guldenstuk 1999 Millenniumwisseling

Koninklijk besluit van 13 maart 2000 Stbl N 141
Het 5-guldenstuk 2000 EK-Voetbal

Koninklijk besluit van 6 september 2001 Stbl N 420
Specificaties van het gouden en zilveren 1-guldenstuk

Wet van 29 november 2001 Stbl N 631
"Muntwet 2002" (art. 9, 12 en 13)

Wet van 6 december 2001 Stbl N 633
Tijdstip van intrekking van de Muntwet 1987